2008

Op 4 mei 2008 heeft Bert Woudstra gesproken tijdens de bijeenkomst in het Volkspark.

Zie bijgevoegde toespraak

 

HERINNERINGEN VAN EEN OVERLEVENDE VAN DE HOLOCAUST 1940 – 1945

 

LEO VROMAN DICHTTE;

 

KOM VANAVOND MET VERHALEN

HOE DE OORLOG IS VERDWENEN

EN HERHAAL ZE HONDERD MALEN

ALLE MALEN ZAL IK WENEN

 

Mijn naam is Bert Woudstra. Ben een in 1932 geboren en getogen Enschedeër. Opgegroeid in deze wijk waar we vanavond al die mensen herdenken die tot op heden zijn omgekomen door oorlogshandelingen en speciaal die mensen die de tweede wereldoorlog niet hebben overleefd.

 

Het is moeilijk uit te leggen wat je als kind van Joodse ouders tussen je 8e en 13e levensjaar jaar meemaakt. Wanneer oorlog en misdaad je leven gaan beheersen en bepaalde groepen in de door jouw veilig gewaande samenleving worden bedreigd en vermoord.

 

In de nacht van 13 op 14 september 1941 werd mijn vader in ons huis aan de Bisschopstraat, niet ver van deze plek, gearresteerd en met vele andere Joodse mannen naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk gebracht. Na korte tijd kregen we bericht van zijn overlijden. Vermoord, evenals de andere 67 gearresteerde Joodse mannen uit Enschede. Een van de beelden bij de indrukwekkende beeldengroep van Mari Andriessen waar we nu bij staan herinnert aan het tragische lot dat de weerloze joodse bevolking heeft ondergaan.

 

Mijn vrijheid werd, door maatregelen van de bezetter, met de dag kleiner.

Ik moest de lagere school verlaten, weg van mijn vriendjes en vriendinnetjes en moest naar een speciale joodse school aan de G.J. van Heekstraat.

Ik mocht niet meer in dit door ons geliefde park spelen. Hier stonden borden: ‘voor Joden verboden’.

Ik moest een gele jodenster op mijn kleding dragen, zodat iedereen kon zien tot welke, volgens de bezetter afschuwelijke en minderwaardige bevolkingsgroep, ik behoorde.

Ik moest mijn fiets inleveren.

Kortom, de beperkingen werden met de dag ingrijpender en mijn leven werd met de dag angstiger.

 

Wij en andere familieleden moesten ons melden voor het ‘werkkamp’ Westerbork. Wij moesten huis en haard verlaten. Maar dat vertikten we.

 

Mijn moeder, broer en ik werden gedwongen onder te duiken. Onderduiken was alleen mogelijk met behulp van enkele moedige stadgenoten, waaronder mevrouw Overduin en haar broer,dominee Leendert Overduin. Deze mensen, de echte helden, riskeerden hun eigen leven door anderen te helpen. In drie jaar tijd moest ik 16 keer van onderduikplaats veranderen.

 

In 1945, 63 jaar geleden, eindigde deze donkere periode uit mijn jonge leven. We werden door de geallieerden bevrijd. De oorlog was voorbij. Dat wil zeggen dat de kanonnen zwegen, maar de echo van de oorlog hoorde ik nog dagelijks in mijn leven. In mijn omgeving merkte ik dat mensen hun normale leven weer wilden hernemen. Wilden bouwen aan een toekomst en de oorlog zo snel mogelijk wilden vergeten. Er was weinig aandacht en ruimte om de gruwelen en ons verdriet een plaats te geven. Van herdenken zoals we dat nu doen was nauwelijks sprake.

 

Ik had niet alleen mijn vader verloren. De helft van mijn familie was omgekomen. 24 Van de 53 familieleden, waaronder dierbare 24 ooms en tantes, neefjes en nichtjes bleken te zijn vermoord door de nazi’s.

Een afschuwelijk drama dat me nog dagelijks bezig houdt met vraag: ‘Waarom moesten zij sterven en waarom mocht ik of moest ik overleven?.

Op welke manier kon ik zin en inhoud geven aan mijn leven?’

 

Ik besloot dat de herinnering aan mijn vermoorde familieleden niet verloren mocht gaan. Jaarlijks vertel ik van de oorlogsgebeurtenissen op Duitse en Nederlandse scholen. Hoe we als joodse minderheid apart werden gezet, van onze menselijke waardigheid werden ontdaan en op de weg van de vernietiging werden gedreven.

 

Velen van de huidige generatie Duitse buren gaan gebukt onder het leed dat hun voorouders over ons en de wereld hebben gebracht. Deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis maakt dat zij zich mede schuldig voelen en nog steeds ontvankelijk zijn voor de ellende die toen is aangericht. Deze belangstelling van jonge Duitsers ervaar ik als een zeer positieve en hoopgevende houding.

 

 

Wij zullen allen eens sterven. Voor gelovigen onder ons heeft daarin God een functie. Voor niet gelovigen, waartoe ik mezelf reken, voert de natuur ons naar het einde. Maar nimmer mag de medemens door moord en oorlog ons levenseinde bepalen. Want alle mensen zijn sterfelijk en als iedereen sterft waarom zouden we elkaar dan in ons korte leven met geweld naar het leven staan? De huidige zeer ontwikkelde wereldorde, die steeds belangrijker wordt, kan een rol spelen in de beperking van oorlogsgeweld tussen staten of binnen staten. Laten we er aan werken dat de miljarden die worden besteed aan wapentuig eens worden aangewend voor menswaardige doelen.

 

We moeten voortdurend samen blijven werken aan een leefbare maatschappij waar mensen zonder angst in vrijheid kunnen leven.

 

De wijze waarop deze vrijheid-zonder-angst momenteel in ons land door sommigen wordt verstoord middels het kwetsen van anders denkende medelanders en hun religieuze achtergronden, baart me grote zorgen. Tot op heden was ons kleine land wereldwijd bekend door zijn respect voor de medemens en zijn/haar vrije opvattingen.

We moeten ons vrij kunnen voelen, te zeggen wat we willen, zonder mensen of groepen te discrimineren of ernstig te kwetsen op grond van hun religie, afkomst, seksuele geaardheid of opvattingen.

Waarom zouden we niet op een fatsoenlijke manier met elkaar in discussie gaan wanneer we dat nodig vinden?

We dienen ons als mens met respect te verdiepen in wat een ander bezig houdt zodat we elkaar kunnen begrijpen ons leven kunnen verrijken en misschien wat wijzer worden.

 

Op deze weg kunnen we catastrofes die we vanavond herdenken misschien ooit voorkomen. Want oorlogen zijn geen natuurverschijnselen, maar worden door mensen veroorzaakt.

Er valt nog veel te doen. En daar staan wij vanavond met elkaar letterlijk bij stil.

 

KOM VANAVOND MET VERHALEN

HOE DE OORLOG IS VERDWENEN

EN HERHAAL ZE HONDERD MALEN

ALLE MALEN ZAL IK WENEN

 

(Dank u voor uw aandacht.)