2010

Toespraak burgemeester Den Oudsten d.d. 4 mei 2010 ter gelegenheid van dodenherdenking in het Volkspark

Het is dit jaar precies 65 jaar geleden dat er een einde kwam aan 5 jaar bezetting van Nederland. Het land was berooid, de velden waren geplunderd en de mensen waren aan het eind van hun Latijn. Op 1 april 1945 werd Enschede bevrijd en scheen de zon en kwam er weer ruimte voor hoop op een beter leven.
Fijn dat u er weer bent, dames, heren, jongens en meisjes.

A warm Welcome also to our liberators of Brittain. To mr. Briggs and his partner and mr. Robinson. And also colonel Boscawen. He is the son of the commander of the Britisch regiment that liberated Enschede on the first of april 1945. We hope you have a good stay in Holland. This afternoon you took part in the remembrance on the Oosterbegraafplaats of the British soldiers who gave their lives for the liberation of Enschede.

Ook in ons midden is mijn geachte collega Burgemeester Holtwisch uit Gronau.
Sinds de bevrijding kent West - Europa de langste periode van vrede die Europa ooit heeft gekend.
Een minderheid van U heeft de Tweede Wereldoorlog aan den lijve ondervonden en kent uit eigen ervaring de verschrikking van het bezet zijn.  De dreiging en de onzekerheid van alle dag die mensen te verduren krijgen. De bommenregen die kon volgen op een wolkenloze dag. De onveiligheid die doordringt tot in de kleinste vezels van het dagelijks leven. Dat niets meer vanzelfsprekend is. Dat het vrije woord niet meer bestaat. Dat onderdrukking van persvrijheid hand in hand gaat met staatspropaganda. Dat je uiteindelijk niet meer weet wat waar is en niet meer weet wie je kunt vertrouwen.

Het is voor de generaties van na de oorlog niet goed voor te stellen wat oorlog is.  Wat kunnen we ons voorstellen van een bezetting door een vreemd leger? Van een klop op de deur die bewoners de adem beneemt? Het stampvoeten van vijandige laarzen in de gang? Van vervoersbeperking? Van hele straten in puin door bombardementen? Van de doodstraf voor stakingen? Van ruim 100 joodse jongemannen, stadgenoten die werden opgepakt door de bezetter en geruststellende briefjes naar het thuisfront stuurden, maar na enkele weken de dood vonden in Mauthausen. Wat weten wij van de dilemma’s van het verzet? Wat weten we van de dagelijkse moeite van ouders om in deze grillige oorlogsomstandigheden rond te kunnen komen? Wat kunnen we ons voorstellen van de tienduizenden achterhuizen die er zijn geweest? Van de helden van het dagelijks leven die erop uit trokken en zich niet door wanhoop en uitzichtloosheid lieten neerslaan.

Ik denk aan de overval van de Sicherheidsdienst aan de Sumatrastraat op 31 maart 1945, één dag voor de bevrijding. Hier waren 9 verzetsmensen aanwezig. Zij mochten hun jonge kinderen aan de buren afgeven waarna de verzetsmensen werden doodgeschoten. Zij waren verraden.
Ik denk aan de verpleegster van het noodziekenhuis aan de Veenstraat. Zij reisde regelmatig van Amsterdam naar Enschede om heel jonge joodse kinderen die hun ouders waren verloren, in veiligheid te brengen. Een aantal verpleegsters van dit noodziekenhuis zat in het verzet. De Duitse bezetter meed dit ziekenhuis omdat ze bang waren voor besmetting.
Ik denk aan de joodse familie die zat ondergedoken in het Natuurhistorisch Museum aan de Tromplaan. In dit gebouw was ook een afdeling van de SicherheitsDienst ondergebracht. Tijdens kantooruren van de SD zat de joodse familie ondergedoken in de vitrines van het Museum. ’s Avonds haalde de concierge de joodse familie uit hun schuilplaats om ze te voorzien van eten en drinken en konden de onderduikers hun benen strekken. De joodse familie heeft de oorlog overleefd.
De bovenwereld en de onderwereld, het voorhuis en het achterhuis schoven op een bizarre manier in elkaar.

De Europese eenwording heeft bijgedragen aan een duurzame vrede in Europa. Voor veel mensen gaat dit proces van eenwording te snel en gaat gepaard met gevoelens van angst, verlies, machteloosheid en vervreemding, ondanks de toegenomen welvaart. Wat betekent Nederland nu nog en wat betekent Nederlander-zijn? Voor velen is de wereld onoverzichtelijk geworden. Mensen kunnen zich hierdoor gaan terugtrekken in de vertrouwdheid van het nabije. Dit gaat vaak gepaard met een denken in termen van ‘wij’ tegenover ‘zij.’ Het gevolg ervan is dat spanningen tussen bevolkingsgroepen kunnen toenemen. Dat de toon in de omgang wordt gevoed door concurrentie uit angst voor verlies. Onze kleine vertrouwde omgeving moet dan een haven worden. 
Dit is de schijnbare tegenstrijdigheid waarmee we worden geconfronteerd. Als gevolg van meer eenheid is de wereld veiliger geworden, zijn mensen vrijer geworden terwijl daarentegen de gevoelens van onveiligheid en onrust bij de mensen zijn toegenomen. Veel mensen hebben het gevoel dat de grond onder hun voeten wegzakt. In mijn ogen is dit de uitdaging waar we voor staan. Hoe houden we een samenleving in stand waarin we vredig samen leven, elkaar kennen, gekend worden en respecteren. Met respect voor verschil en verscheidenheid oog hebben voor een fundament waarop het verschil tussen mensen kan rusten en geen bedreiging vormt.
Het nationaal comité 4 en 5 mei besteedt dit jaar aandacht aan de vraag wat er nodig is om vrijheid te behouden. Want vrijheid is niet vanzelfsprekend, maar moet dag in, dag uit worden gerealiseerd in de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Elkaar vrij maken door respect, door oog te hebben voor elkaars waarde en niet door elkaar te beknotten in stigma’s en vooroordelen. Zo hoort dat in een democratie. Democratie gaat over het feest van het verschil, over de rijkdom van verscheidenheid.

Hoe kunnen de gebeurtenissen uit de oorlog en de strijd om de bevrijding van 65 jaar geleden een inspiratie zijn voor de jonge mensen van de een-en-twintigste eeuw? Is het mogelijk dat we lessen kunnen trekken uit het verleden? Heeft de geschiedenis ons ooit iets geleerd? Ondanks 65 jaar bevrijding, veiligheid en vrijheid is de vrede niet vanzelfsprekend. Daar moeten we nog dagelijks moeite voor doen.

De afgelopen weken is er in Enschedese scholen gesproken over de oorlog. Veteranen hebben voor de klas gestaan. Kinderen hebben gedichten geschreven over de oorlog wereldwijd. Vanavond hebben we enkele indrukwekkende gedichten gehoord van Maureen Koevoets en van Luc Haven.

De Amerikaanse president Rooseveld formuleerde in 1941, aan de vooravond waarop het Amerikaanse leger zich in de Tweede Wereldoorlog begaf, zijn ‘four freedoms.’ Volgens Rooseveld moest ieder individu in deze wereld vrij zijn van angst en gebrek aan voedsel en een dak boven het hoofd hebben. Hij pleitte tevens voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Hij maakt het verschil tussen vrij zijn van gebrek enerzijds en vrij zijn die leidt tot behoud van mensenrechten anderzijds. De vrijheid om zich te verenigen, de vrijheid een eigen mening te uiten, de vrijheid een eigen religie te beleven. Deze boodschap heeft in mijn ogen niets aan actualiteit ingeboet.

Want vrijheid is geen toestand waarin we ons bevinden en misschien niet eens een recht. Vrijheid is vooral een plicht om vrij te worden en vrij te maken. Vrijheid is in de eerste plaats een uitdaging en een opgave die dagelijks tussen mensen moet worden gerealiseerd. De vrijheid van de ene mens is een voorwaarde voor de vrijheid van de andere mens. Ik kan genieten van mijn vrijheid en tegelijkertijd beseffen dat ik niet echt vrij ben zolang er mensen in deze wereld leven die niet vrij zijn om hun eigen leven vorm te geven zoals zij dat willen.

De herdenking die ons vandaag hier samenbrengt herinnert ons aan deze opgave. We moeten goed beseffen dat de eerste stap op weg naar de oorlog bestaat uit het schenden van mensenrechten en het beperken van fundamentele vrijheden. Bepaalde bevolkingsgroepen worden apart gezet en hun anders-zijn wordt benadrukt. Zolang er mensen zijn die opkomen voor de vrijheid van hun medemens, en daarmee van zichzelf, gaat de vrijheid niet verloren. En dit is precies hetgeen we vandaag herdenken en waar we de bevrijders van 1945 dankbaar voor zijn. Zij brachten ons de vrijheid en het is aan ons om deze erfenis te koesteren en daar inspiratie voor de toekomst uit te putten.