Toespraak burgemeester Van Veldhuizen ter gelegenheid van Dodenherdenking in het Volkspark in Enschede d.d. 4 mei 2018

Beste stadsgenoten, geachte aanwezigen,

Vanavond 4 mei 2018 herdenken we in ons land de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies van latere tijd. 

We zijn samengekomen bij het oorlogsmonument van Mari Andriessen.

Een toneel zonder beweging. Jaargetijden wisselen elkaar af. Zon en maan volgen elkaar op…. Mensen, overvallen door een oorlog. Hij sneed dwars door hun leven heen. Ze werden ongevraagd helden. Of slachtoffers. Vaak allebei.

(Citaat van Mari Andriessen)

Zou die nog steeds niet te bevatten wereldbrand, die de Tweede Wereldoorlog was,  zoveel tientallen miljoenen slachtoffers en trauma’s gemaakt hebben, wanneer mensen eerder in verzet gekomen waren? Zouden alle grote bekende en onbekende helden, aan wie wij vanavond denken, als gewone mensen verder hebben kunnen leven als er eerder en meer kleine helden geweest waren? Mensen met burgermoed, die zich - voordat de treinen naar de gaskamers gingen rijden en de industriële vernietiging  op gang kwam - uitspraken in woord en daad tegen het vermijden, isoleren en steeds explicieter degraderen van Joodse medeburgers, homo’s, jehova’s, zigeuners, gehandicapten en al die anderen? Wakkere en dappere mensen die niet wegkeken en meededen aan het complot van stilte? Zou die oorlog er dan zo geweest zijn?  

Nu lijkt het allemaal zo logisch, we weten wat je zou moeten doen. In verzet komen! Meteen massaal. Opstaan als een man. Er zijn veel heroïsche films over. Soldaat van Oranje is de meest succesvolle musical ooit. De goeden winnen altijd.

De werkelijkheid is minder simpel. Zou u niet - noch held, noch slachtoffer - gewoon proberen te overleven? Het is immers oorlog en uw gezin, vader, moeder hebben u hard nodig. Geen domme, onverantwoorde dingen doen. Hoe ging dat destijds bij anderen in onze stad?

Afgelopen donderdag heb ik de 86e jarige Johanna Reiss, Annie de Leeuw in de oorlogsjaren, mogen ontmoeten. In haar autobiografische boek ‘De Schuilplaats’ vertelt ze door de ogen van het tienjarige meisje dat toen ze was, hoe zij de oorlog in Winterswijk en Usselo beleefde en overleefde. Zij zat, met haar zus Sini, ondergedoken in een klein huis in Usselo, waar op een gegeven moment ook nog Duitsers op de benedenverdieping werden ingekwartierd en hadden geen idee hoe lang het ging duren. Of het ooit voorbij ging. Ze werden liefdevol opgevangen door de familie Oosterveld. De stoere Johan, zijn doodsbange vrouw Dientje, en ‘opoe’, de moeder van Johan. Ik lees voor:

‘Op een donkere avond in november ’42, zijn we bij de Oostervelds gekomen. In Usselo, met veel NSB’ers in de omgeving, was dat heel gevaarlijk. Johan kende geen angst, maar voor mij was Dientje de grootste held. Juist omdat ze zo bang was en toch voor ons bleef zorgen. Bijna drie jaar op een bovenverdieping, beducht voor verkeerde geluiden. Dat maakt je heel voorzichtig. Nog steeds hoor ik dingen die er niet zijn. Nog steeds schrik ik van geluiden. Telefoon, die ik niet verwacht… Marcherende soldaten of marsmuziek, daar ga ik van huilen. Onze schuilplaats was een diepe kast. Eén keer was er overdag een razzia en stonden de Duitsers voor de kast. Als ze er met hun geweer op getikt hadden, hadden ze kunnen horen dat de ruimte hol was.’  

In de oorlog gebeurde deelname aan het verzet – met of zonder angst-  vaak zonder de gevolgen te kunnen - en misschien te willen - overzien en redelijk impulsief. Er werd een beroep op je gedaan en je moest snel beslissen. Zo overkwam het de familie Oosterveld en ook de Enschedese dominee Leendert Overduin. 

Na de razzia in 1941, toen het de Joodse Raad duidelijk werd dat onderduiken geboden was, zette hij zich - nota bene als voorman van een ander geloof -  met gevaar voor eigen leven in voor het regelen van onderduikadressen voor joden van wie bekend werd dat zij spoedig op transport zouden worden gesteld. Samen met zijn zusters Maartje en Corrie, een buurvrouw, een bakker en een ambtenaar zette hij een onderduikorganisatie op. Mede zo is ruim de helft van de Joodse Enschedeërs uit handen van de Duitsers gebleven. Een veel hoger aantal dan op andere plaatsen in het land. 

Heel bijzonder is dat dominee Overduin na de oorlog, met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee hij zich inzette voor vervolgde joden, in de bres sprong voor NSB’ers. Dat deed hij vanuit de overtuiging dat ieder mens, wat hij ook had misdaan, in de eerste plaats een medemens is. Overduin zocht brede steun voor deze naoorlogse activiteiten. Onder andere bij de familie Van Gelderen, die veel familieleden in de oorlog hadden verloren. In een recent interview zei Henk van Gelderen, destijds zelf actief in het verzet, hierover: ‘Hij kwam ook bij onze familie langs voor steun. Bij ons, nota bene! Instinctief kon je hem op zo’n moment wel schoppen. Maar als je er even over nadacht wist je dat de man gelijk had en heel goed werk deed. Natuurlijk stonden wij daar achter.’

Verhalen van gewone mensen. Verhalen van buitengewone mensen. Wat deden deze mensen gewoon? Volgens de Joods-Franse filosoof  Emmanuel Levinas gaat het erom dat we het aandurven ‘het gelaat van de Ander’ te blijven zien. Het gezicht van mensen, als het meest sprekende deel van het weerloze schepsel dat de ander is. Die blik ontwijken, je afwenden van de medemens, ziet hij als het begin van alle geweld. Anders gezegd: wanneer men ophoudt verantwoordelijkheid te nemen voor de ander, gaat de menselijke waardigheid verloren en is ieder mens overgeleverd aan zichzelf, te midden van willekeur en rechteloosheid. Er is geen ‘samenleving’ maar ‘apartheid’. Dan houdt alles op.

Dit besef van verantwoordelijkheid voor de ander drukt de Tweede Wereldoorlog en de gruwel van het fascisme ons in het gezicht. Iedere dag. Nu. De tolerantie neemt af. Vermijding en isolering zijn allerminst vreemd geworden begrippen. Tot op de dag van vandaag zet Johanna Reiss met het 10-jarige slachtoffertje als voorbeeld zich dan ook als 86-jarige in voor het: ‘nie wieder’ en vraagt zij aandacht voor burgermoed. Johan gaf haar na de bevrijding mee niet te gaan haten, want daarvoor had hij haar niet gered. 

Vanavond zijn wij bijeen om te herdenken. Stil te staan bij het geschenk van de vrede. Vrede is het minste dat we mogen vragen, het grootste cadeau dat we kunnen ontvangen en het belangrijkste dat we moeten doorgeven. Vrede is een opdracht. Deze herdenking staat voor gelijkwaardigheid en vrijheid voor een ieder. Onze democratische rechtsstaat. Wij zijn slechts intolerant tegen intolerantie. Laten wij ‘het gelaat van de Ander’ blijven zien. Onze blik niet afwenden en zo de deur gesloten houden voor geweld, als de eerste en belangrijkste daad van verzet, die een ieder in tijden van vrede opbrengen moet. Opdat wij niet vergeten. Ik dank u.