Vorderingen van o.a. fietsen, paarden, radio's


-6-1942

Tijdens de bezetting werden er door de Duitsers allerlei gebruiksgoederen gevorderd. Complete gebouwen, auto's, rijwielen, radiotoestellen, koper en zelfs paarden werden ingenomen door de Duitsers. Hieronder worden een aantal van deze vorderingen beschreven waarmee de inwoners van Enschede te maken hadden.

Fietsenvordering
In opdracht van de bezetter werd in juni 1942 door de gemeente Enschede begonnen met het innemen van rijwielen. De fietsen moesten in goede staat zijn. Was dit niet het geval dan werden de kosten van reparaties verhaald op de voormalige eigenaar. Alleen mensen die voor de uitoefening van hun beroep hun rijwiel niet konden missen kwamen in aanmerking voor een vrijstelling.
Op dinsdag 21 juli stonden er in de opslagplaats, het Lyceum aan de Haaksbergerstraat, 837 gevorderde fietsen ter beschikking van de Duitsers.

                                                  prentvorderingfiets.jpg 

                                                   Een illustratie over fietsvorderingen

Paardenvordering

Eind 1940 vond er op verschillende plaatsen in Overijssel een paardenvordering plaats. De paarden werden ingenomen voor de Duitse Weermacht1. De Nederlanders moesten zelf de vordering van de paarden voorbereiden, daarna namen de Duitsers ze in. In Enschede werden op 11,12,13 en 14 december de paarden op de Varviksingel “ ten toon gesteld”. De paarden moesten op de zuidelijke rijbaan van de Varviksingel tussen de Kuipersdijk en de Hendrik Smeltweg in de richting van de Madioenstraat worden opgesteld. Alle Enschedese paardehouders, expeditiebedrijven en stalhouderijen kregen op 6 december een oproep om met hun paarden naar de keuring te komen. Er was veel ontevredenheid over deze maatregel van de Duitsers. Daarom kwamen op 10 december de belanghebbenden bij elkaar voor een overleg. De conclusie was dat er weinig aan te doen was, besloten werd om eerst de keuring van de paarden af te wachten.

Op de eerste keuringsdag ging ook Schurink2 naar de Varviksingel om zijn paarden te laten keuren. De paarden werden tijdens zo’n keuring aangekeurd en gebrand. Zo ook het paard “Willy” van de Enschedese familie Schurink. “Willy” werd ook aangekeurd en gebrand met het nummer 2611. Op 17 december 1940 moest Schurink met dit paard naar de keuring in Hengelo. De familie Schurink was hierdoor net als vele andere paardenbezitters erg overstuur, ze waren namelijk bang hun paarden te verliezen aan de Duitsers. “ Willy” hoefde na de keuring in Hengelo niet afgestaan te worden, vele andere paarden wel. De paarden van de eigenaren die niet door de Duitsers gevorderd waren moesten wel vaak vrachten voor de Duitse Weermacht vervoeren.

Auto’s en motorrijwielen

De Duitsers namen regelmatig auto’s en motorrijwielen in voor de weermacht. Ook werden hierbij generator-vrachtwagens3 in beslag genomen. Dit was zeer ongunstig voor de bevolking,omdat deze vrachtwagens heel belangrijk waren voor het vervoeren van levensmiddelen. Daarom moesten alle vorderingen van voertuigen in opdracht van het departement van Binnenlandse Zaken zo snel mogelijk gemeld worden bij het Departement van Waterstaat. Daarnaast moesten alle bezitters van een generator-vrachtauto een vordering van hun auto snel melden bij de burgemeester. Dit moesten ze doen zodat de burgemeester deze vordering ongedaan kon maken. Alle eigenaren van motorvoertuigen waren wel verplicht om binnen een bepaalde tijd hun motorvoertuigen aan te melden. Deze maatregel werd op 30 december 1942 openbaar afgekondigd.  

Metaalvordering

Met ingang van 18 juni 1941 werd iedereen verplicht om metalen als koper, messing, nikkel, tin en lood. Ook luxe- en gebruiksvoorwerpen moesten aan de Duitser worden afgestaan. Dit was omdat de Duitsers deze metalen nodig hadden om wapens van te maken. Er was wel een vergoeding voor de ingeleverde metalen, de mensen kregen een vast bedrag  per kilo. Veel mensen leverden maar een klein gedeelte van hun metalen voorwerpen in en ze verstopten de waardevolle spullen. Dat deden ze bijvoorbeeld onder de vloer of ze begroeven de spullen in de tuin.

Radiotoestellen
Op 13 mei 1943 werd een bevel gegeven om alle radio’s in te leveren. Slechts een paar mensen kregen een luistervergunning en mochten de radio houden. Tot en met 22 oktober konden de radio's worden ingeleverd zonder dat er straf op volgde. Na deze datum konden mensen zonder een vergunning een gevangenisstraf en zelfs de doodstraf krijgen. In Enschede werden in totaal 12.271 radio’s ingeleverd.
Toch werden nog vele radiotoestellen illegaal achtergehouden om te kunnen luisteren naar de berichten uit Engeland, die speciaal voor het bezette gebied waren bedoeld.

Gebouwen en terreinen
Door de Duitsers werden woningen, fabrieksgebouwen, boerderijen en terreinen gevorderd. Zo werden  onder andere woningen aan de Oldenzaalsestraat, Cor van de Lindenlaan, Hengelosestraat en de Laaressingel in beslag genomen. Vooral de villawijk "De Stadsweide" was in trek. De villa aan de Tromplaan 9 werd bijvoorbeeld gebruikt voor de inkwartiering van 4 Duitse officieren.
Hieronder volgt een dagboekfragment over de vordering van een huis.

21 April
Gisteren kreeg Judith van 2 Duitse militairen de mededeling, dat ook haar huis in beslag werd genomen. Een week tijd was haar gelaten voor de ontruiming. Ze krijgt er een kolonel en een luitenant in, ze mag er niet blijven wonen, zelfs mag de tuinman geen bloemen gieten. Men zegt dat de bezetting 4 weken zal duren, dit is tot de barakken op het vliegveld droog en klaar zijn. Judith weet niet, waar ze de honden moet laten. Zelf gaan zij en An logeren..

24 mei
Judith is nu al 3 weken uit haar huis en nog is de Hegeboer niet bewoond. Wel komen er af en toe Duitsers, die er thee drinken en rondwandelen..


Uit: Kuile-Blijdenstein, J.B. ter, Dagboek: "Over de oorlogsjaren 1940-1943", Enschede.