Bombardement 22-03-1945

Boulevard 1945, Enschede, The Netherlands
22-3-1945

Ook in 1945 heeft Enschede last gehad van een aantal bombardementen. In zowel januari, februari en maart was het raak, zelfs in de maand april na de bevrijding vielen er nog bommen op Enschede. De grootste verwoesting in 1945  was het bombardement van donderdagmiddag 22 maart, waarbij 65 doden, 32 zwaargewonden en 100 lichtgewonden vielen. Verder werden ook nog eens 96 woningen verwoest en 138 andere huizen waren zwaar beschadigd. Aan de hand van een verhaal van blokploeg 43 wordt vertelt wat er allemaal gebeurd is voor, tijdens en na dit zware bombardement.

Om de Luchtbeschermingsdienst goed te laten functioneren werd de stad verdeel in een aantal blokken. Ieder blok had dan zijn eigen blokhoofd en blokploeg, die kwam in actie bij de gevolgen van een luchtaanval.

Één van die blokken was blok 43, deze lag ongeveer op de plaats waar nu de Boulevard 1945 loopt, tussen waar nu de Beltstraat en de Brinkstraat liggen. In 1945 waren daar toen nog de Mooienhofstraat, Alsteedestraat, Diezerstraat, Willemstraat, Oranjestraat, Nassaustraat, Berkenkamp en de Beukingstraat. 

Bij de komst van de geallieerde legers in het voorjaar van 1945, werd al het vervoer op en de weg en op het spoor door de Engels-Amerikaanse jachtbommenwerpers aangevallen. Steeds meer voertuigen, vooral legerauto’s, waren niet meer in goede staat en kwamen allemaal bij elkaar te staan in het hart van Enschede. Daar werden de auto’s gerepareerd in een werkplaats, die in blok 43 te vinden was. Er kwamen zoveel auto’s in de straten te staan dat de mensen nauwelijks door de smalle straten konden. De werkplaats kon al die kapotte legerauto’s niet aan en er kwamen iedere dag weer nieuwe te staan in die smalle straten. De buurtbewoners waren daar niet blij mee. Ze waren zelfs bang dat de bommenwerpers al die auto’s aan zouden zien voor een autopark en dat hun buurt daarom  gebombardeerd zou worden.

August Seckel, lid van de blokploeg van blok nummer 43, vertelde hier het volgende over:

“ We waren blij dat er af en toe ’s avonds zware mist kwam opzetten. Over het algemeen kwamen er dan geen vliegtuigen over. Dat gebeurde ook in de nacht van 20 op 21 maart, er hing een zware mist ’s avonds, en we rekenden op een bij uitzondering ongestoorde nachtrust. Maar helaas mocht dit niet zo zijn. In het holst van de nacht ontwikkelde zich opeens een hels lawaai op straat. Een geschreeuw in het Duits, rammelende kettingen en startende motoren. Dit ging de hele nacht door, soms dichtbij, dan weer wat verder weg. De volgende morgen waren de straten leeg. Er was geen auto meer te zien. Dat was te mooi om waar te zij. Zouden we ons al die tijd voor niks druk hebben gemaakt tussen al die auto’s? Of waren de Duitsers op de hoogte van de plannen van de geallieerden door spionage?  

Het was voor de blokploeg een reden om extra op te passen. De deur van de schuilkelder bleef de hele dag open. Alles wat mee moest werd klaar gezet om mee te nemen naar de schuilkelder. Maar 21 maart ging voorbij, het bleef rustig, abnormaal rustig, geen Duitser of Duitse auto te bekennen.”

Uit: Wiegman, T (1985), "Enschede 1940-1945", hieruit: Verhaal August Seckel pp.372, Enschede: Van de Berg 

Een dag later, op donderdag 22 maart, vlogen er rond 15.50 uur zes bommenwerpers boven de stad. Die lieten hun lading van 36 brisantbommen en 30 splinterbommen op het gebied van blok 43 vallen. De bommen kwamen onder andere terecht in de Beukingstraat, Brinkstraat, Kalanderstraat, Soedanstraat en ook de R.K. Kerk aan de Oldenzaalsestraat werd geraakt. Het was een zwaar bombardement voor blok 43. Er vielen 65 doden, 32 zwaargewonden en 100 lichtgewonden. Ook waren er veel gebouwen en huizen beschadigd, 96 huizen waren helemaal vernield, 138 woningen zwaar beschadigd en ook nog eens 467 woningen kregen glas- en dakschade. Over dit bombardendement vertelde August Seckel het volgende:
Op het ogenblik, dat we laag overvliegende vliegtuigen hoorden, sloegen de eerste bommen in. Ruiten vlogen eruit en de vloer golfde onder onze voeten. Plafonds vielen naar beneden. Tijd om naar de schuilkelder te gaan was er niet meer, dus kropen we in de gang onder de trap, de veiligste plaats in huis. Toen het even wat stiller werd, keek ik even naar buiten, en zag door rook en stof heen, mensen de schuilkelder in vluchten. Opnieuw kwamen bommen fluitend omlaag. Terug in de schuilplaats onder de trap golfde opnieuw de grond toen de bommen insloegen. De vliegtuigen waren even snel verdwenen als ze gekomen waren. Tussen het lawaai door ging het luchtalarm. Het was tegen 4 uur in de middag, alles heeft een paar minuten geduurd, maar de verwoesting was compleet.
Uit: Wiegman, T (1985), "Enschede 1940-1945", hieruit: Verhaal August Seckel pp.372-373, Enschede: Van de Berg

Tijdens het bombardement had het blokhoofd van blok 43 een hartaanval gehad. August Seckel nam zijn werk over. Er lagen overal mensen onder het puin, het water liep door de straten en de vernielde woningen werden leeggeroofd. Het kwam na elk bombardement voor dat mensen de vernielde bedrijven en woningen leegroofden, ook al waren de mensen van die vernielde huizen al zo zwaar getroffen.

Het kleine groepje van de blokploeg dat over was gebleven wilde het roven tegen gaan. Dat deden ze door bewakers op te stellen bij elke straat die aan het einde overging naar een ander blok. De bewakers werkten dag en nacht door en schreven alles op wat de mensen meenamen. Er was dus ook bewaking na 20.00 uur en dan mocht er eigenlijk niemand meer op straat zijn, dus het was heel moedig wat de bewakers deden. Ze moesten nog een paar dagen volhouden, de bevrijders waren vlakbij op een paar kilometer afstand. De Boulevard 1945 zal altijd een herinnering blijven aan de rampzalige dag 22 maart 1945.

                BombardementBeukingstraat220345.jpg

                                                        Foto: Beukingstraat