Het begin van de jodenvervolging


21-1-1941

Op 21 januari 1941 kreeg de commissaris van de politie in Enschede de opdracht van de Duitse bezetter om een lijst samen te stellen van personen die helemaal of gedeeltelijk joods waren en in de gemeente Enschede woonden. Er werden vanuit het bevolkingsregister in Den Haag, die alle cijfers van de bevolking bijhoudt, 1500 aanmeldingsformulieren verstuurd. Op die aanmeldingsformulieren moest de joodse bevolking van Enschede het volgende invullen: de volledige naam en achternaam, geboorteplaats en datum, adres, nationaliteit, geloofsovertuiging, beroep, burgerlijke staat en het aantal Joodse voorouders. Op 25 februari 1941 kwamen er in totaal 1368 aanmeldingsformulieren binnen van joodse personen die in Enschede woonden. 

Er kwamen vreselijke berichten binnen over wat er met de joden in Duitsland en Polen gebeurde. Daarom probeerden veel joden in Nederland, op een legale manier onder de maatregelen van de Duitsers uit te komen. In augustus 1940 werd door de Duitse bezetter een lijst opgesteld met joodse ondernemers. Ook werd er steeds meer verboden voor de joodse bevolking tijdens dat jaar. Zo mochten ze vanaf 4 juni niet meer in een openbaar zwembad komen en joodse kinderen mochten niet meer meedoen aan zwemlessen met andere kinderen uit hun klas. Ook werd het voor de joden verboden om in publieke plantsoenen, zoals parken, en andere openbare gelegenheden te gebruiken. De Duitsers verboden de joden zelfs om gebruik te maken van hotels en pensions. Als de joden de regels zouden overtreden kregen ze straf. Ze konden bijvoorbeeld voor maximaal 6 maanden in de gevangenis komen of ze konden een boete krijgen van soms wel 1000 gulden, wat heel veel geld was voor die tijd.

Vanaf 22 september 1941 werd aan alle joden verboden om tussen 20.00 uur en 5.00 uur op straat te komen. Ze moesten dan in hun eigen woning blijven. Als ze deze regel zouden overtreden dan had dit grote gevolgen. De regel was bedacht omdat de telefoondraden van de Duitse Weermacht waren doorgesneden in september 1941. De Duitsers gaven de joden hiervan de schuld en had tot gevolg dar er voor het eerst joden uit Enschede uitgezonden werden naar een concentratiekamp.

In de nacht van 13 op 14 september werden 68 joodse mannen in Enschede uit bed gehaald, ze konden niks doen en gingen zonder verzet mee. Je kunt jezelf afvragen waarom de joden niets deden. Misschien waren ze bang dat ze hard gestraft zouden worden, of dachten ze zelfs dat ze snel weer terug zouden komen. Drie weken later kwamen de eerste berichten binnen van overlijden binnen van deze groep van 68 joodse mannen.

De groep was op de trein gezet naar kamp Mauthausen in Oostenrijk. Tussen 24 september en 16 december 1941 werden ze daar allemaal vermoord.  Toen begrepen de mensen pas echt goed dat het heel ernstig was wat er met de Joodse bevolking gebeurde. Vanaf dat moment kwam er meer hulp aan de joodse medeburgers. De eerste joodse mensen begonnen met onderduiken en hoopten zo de oorlog te overleven. Er waren ook mensen die probeerden naar Zwitserland te vluchten, alleen dit koste veel geld en veel mensen konden het ook niet betalen. Ze gingen naar Zwitserland omdat dit land neutraal was in de oorlog.  

Vervolgens werd het in eigen land ook steeds moeilijker om te leven. Bij joodse winkels werden de etalageruiten ingegooid en ook aan de synagoge werden vaak vernielingen aangericht. Het werd nog erger, want er kwamen ook steeds meer dingen die voor de joden verboden werden. Ze mochten bijvoorbeeld niet meer werken op veemarkten of in slachthuizen. Inzamelingen voor de joden mochten niet meer gehouden worden. Joodse kinderen mochten de speeltuinen niet meer gebruiken. Zij moesten ook naar speciale joodse scholen, want in openbare en bijzondere scholen werden ze niet meer toegelaten. De Duitse bezetter nam ook nog een allerlei dingen van de joodse mensen in, zoals fietsen en geld.

Werden de regels overtreden, dan moesten de joden naar de Sicherheitspolizei, dit was de politie van de Duitse bezetter. De eigen Enschedese politie, moest van de Sicherheitspolizei, de joden opsporen die één van de regels had overtreden. Dit was voor veel politiemensen uit Enschede erg moeilijk, want ze moesten landgenoten oppakken, wat ze liever niet deden. Alleen als de Duitsers er achter kwamen dat ze hun werk niet goed deden konden ze weer gestraft worden door de Duitsers.

De maatregelen die de Duitsers namen vanaf 1941, was het begin voor een hele moeilijke tijd voor de joodse bevolking....