Klokkenroof

Openbaar slachthuis, Volksparksingel, Enschede
-11-1942

Op grond van de ”Metallgutverodnung” ( metaalgoederenverordening) werd in november 1942 in opdracht van de ” Rüstungsinspektio Niederlande” een begin gemaakt met de vordering van klokken. Bij de verplichte inlevering van metalen in 1941 waren in eerste instantie de klokken, voorwerpen van culturele waarde en museumstukken nog bespaard gebleven. Nu moesten ook de klokken ingeleverd worden. 

Een aantal klokken hoefde niet ingeleverd te worden. Er was al een lijst opgesteld met alle aanwezige klokken. In ieder geval alle klokken van vóór het jaar 1500 hoefden niet ingeleverd te worden, ook de klokken van Hemony en van Gerard van Wou mochten blijven. Daarnaast waren er nog een paar zeer fraaie exemplaren van andere klokkengieters die niet bij de Duitser ingeleverd moesten worden. Al deze klokken kregen de letter ”M” met witte verf opgeschilderd. Ook was voor deze  een biljet afgegeven, waarop stond dat het beschermde klokken waren. Dit biljet moest bij de klok(ken) of het carillon worden opgehangen. Een carillon is een met een klavier (toetsenbord) bespeelbaar muziekinstrument, dat bestaat uit één of meerdere series klokken. In Enschede zijn er nu nog twee te vinden, in de Grote kerk aan de oude markt, deze heeft 47 klokken, en één met 49 klokken op het terrein van de Universiteit Twente.  

De klokken die niet beschermd waren, werden verdeeld in drie categorieën, op basis van hun historische waarde. De klokken die tot deze categorieën behoorden moesten naar een opslagplaats gebracht worden, waar afschriften gemaakt konden worden van belangrijke opschriften of afdrukken van bijzondere versieringen van de klokken.  

De gemeente Enschede moest ook zorgen voor de klokken uit de gemeenten Oldenzaal, Losser, Hengelo en Haaksbergen. De opslagplaats was een terrein bij het Openbaar slachthuis aan de Volksparksingel. Dr. C.C.W.J. Hijszeler van het Rijksmuseum Twente kreeg de leiding over de registratie van de klokken die gevorderd moesten worden.

In de gemeenten waar geen klokken met een witte ”M” erop waren. Mocht er één klok blijven hangen, dit was wel de kleinste.

Enschede had geen ”M” klokken, maar mocht toch drie klokken houden. Er is nog geprobeerd om het carillon in de Stadstoren te sparen, dit is helaas niet gelukt.

Naast het carillon waren in Enschede aan klokken aanwezig:

-          8 klokken van de categorie A;

-          13 klokken van de categorie B;

-          15 klokken van de categorie C;

Totaal waren dit dus 36 klokken, waarvan er dus maar drie gehouden mochten worden, maar de burgemeester had gevraagd om er nog eens drie te mogen houden, dit mocht en dus waren er in Enschede uiteindelijk nog zes klokken. Dit waren de klokken van de R.K. kerk aan de Haaksbergestraat; de Noodkerk aan de Daalweg; de R.K. kerk aan de Kerkstraat in Glanerbrug; het Larinkssticht aan de Kloosterstraat en het Rijksmuseum aan de Lasondersingel.  

Negen van de klokken uit Enschede die door de Duitser ingenomen waren, werden verdeeld over een aantal andere gemeenten. De klokken die overbleven rechtsreeks naar Rotterdam, vandaaruit werden ze naar Duitsland gebracht. Deze klokken werden bijna allemaal omgesmolten en het metaal werd gebruikt voor de wapenindustrie.

        

   

        klokkenroof.tif

                                                   Spotprent over de klokkenroof

 

Na de oorlog vond men nog enkele opslagplaatsen in Duitsland, maar alle gevorderde klokken uit Enschede gingen verloren. Eén van de oude klokken, de bekende Hemony-klok, gegoten in 1664, uit de N.H. kerk aan de Lasondersingel, werd na de oorlog teruggevonden in Groningen. In 1946 werd de klok teruggehaald en weer in de Lasonderkerk opgehangen.