Het verzet

Enschede
--1940

In het begin van de Duitse bezetting ontstonden er allerlei vormen van verzet, zowel actief (het uitvoeren van acties tegen de bezetters) als passief (helpen onderduiken). Vaak ging het hier om kleine verzetsgroepjes die niet van elkaar op de hoogte waren. Maar het waren deze groepjes die het begin vormden van het latere beter georganiseerde verzet met haar grote sabotagehandelingen en andere verzetsdaden.

Het verzet begon kleinschalig. Het ging hierbij bijvoorbeeld om het verspreiden van folders waarin volwassen mannen werden opgeroepen zich niet te melden voor de door de Duitsers ingestelde werkplicht.

Klik hier voor deze oproep

De eerste serieuze verzetslieden kwamen vooral uit communistische, socialistische en religieuze kringen. Zij hadden een andere overtuiging dan de bezetter en over de maatregelen, en kwamen hiermee in conflict. Steeds meer gewone burgers sloten zich bij het verzet aan, dat snel groeide. Men bouwde zendinstallaties om met elkaar en vooral Engeland in contact te kunnen blijven. Op deze manier ontstond al snel de eerste landelijke organisatie. Dit was de O.D. (Orde Dienst). Aan het einde van 1941 begon de O.D met het verspreiden van illegale verzetsbladen, de opvang van gevluchtte Franse krijgsgevangenen en het opbouwen van een inlichtingendienst. 

Verzetgroepen

De eerste Enschedese verzetsgroep werd in 1940 opgericht. Hoewel hier een aantal oud-militairen bij betrokken waren, had deze organisatie geen militaire ambities. Ze hielden zich voornamelijk bezig met sabotage, hulp aan Joden en hulp aan uit Duitsland gevluchte krijgsgevangenen zoals Fransen en Belgen. Verder werd er hulp verleend aan piloten en aan onderduikers.

Er ontstonden in die jaren meerdere verzetsgroepen die allemaal voor zich zelf actie voerden. Prins Bernard heeft er voor gezorgd dat deze groepen samen gingen werken en een groep gingen vormen. Er bestond namelijk veel rivaliteit tussen de groepen onderling. Prins Bernard kreeg van koningin Wilhelmina het opperbevel over deze nieuw ontstaande groep. De groep kreeg als naam de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten)

De rol van de B.S. was van militaire aard. De B.S. streed met de Geallieerden mee voor de bevrijding van Noord-, Oost- en Zuid-Nederland. Hiervoor werd de groep verdeeld in twee onderdelen. Het S.G. (Strijdend Gedeelte) en het N.S.G. (Niet Strijdend Gedeelte). Tijdens de bevrijdingsgevechten in en om Enschede werd de plaatselijke B.S. ondergebracht in het hoofdbureau van de politie.

Een aantal uren voor de gevechten om Enschede zouden plaats vinden, werden de verzetsmensen bewapend met de modernste wapens. Deze waren tijdens de jaren van bezetting via droppings door geallieerde piloten bij hen terechtgekomen. Met hulp van een vrijgegeven code wist men waar de wapens geleverd zouden worden.
Deze verzetsgroep werd speciaal ingezet voor de gevechten tegen de Duitse bezetter en de bescherming van belangrijke gebouwen. Hierbij moet gedacht worden aan het station, het postkantoor en het belastingkantoor in Enschede. Gebouwen die de Duitsers anders nog wel eens in een laatste poging zouden kunnen vernietigen. Verder hield de compagnie zich bezig met het arresteren van zowel Duitse bezetters als NSB-ers’ en andere landverraders. Deze laatste groep werd ondergebracht in de vroegere textielfabriek J.F Scholten terwijl de militairen naar de voormalige textielfabriek Richtersbleek werden gebracht.

Verzetsdaden 

Bij de kleine verzetsdaden van de bevolking, zoals het demonstratief opsteken van twee vingers in V.-teken (V van Victorie), het roepen van “ O.Z.O” (Oranje Zal Overwinnen) en het dragen van oranje linten en rood-wit-blauwe vlaggetjes, bleef het niet. Goed georganiseerde verzetsgroepen uit Enschede haalden opmerkelijke en gevaarlijke acties uit die de bezetter liet schrikken.

Er werden overvallen en kraken georganiseerd om in bezit te komen van distributiebonkaarten en persoonsbewijzen. Verzetslieden die in gevangenissen werden vastgehouden, werden door knap opgezette acties bevrijd. Zo ook Piet Versteeg (Zwarte Piet) die door zeven verzetsmensen uit zijn cel in het Enschedese Politiebureau bevrijd werd en veilig ondergebracht werd op een adres aan de Calicotstraat.
Ook hielp het Enschedese verzet bij het helpen ontsnappen van meer dan 55 gevangen gehouden verzetslieden uit de Koepelgevangenis in Arnhem.
Verder hield het verzet zich bezig met het vervalsen van papieren, het saboteren van spoorwegen en gewone wegen en het opblazen van bruggen.