Opkomend verzet

Deurningestraat 19a, Enschede
31-8-1940

Eén van de eerste verzetsdaden was van een paar vrienden die in juli-augustus 1940 een groep hadden gevormd om zich tegen de Duitse overheersing te verzetten, was het plaatsen van een Nederlandse vlag met oranje wimpel op de schoorsteen van de fabriek Bato op de hoek van de Perikweg-Javastraat ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Wilhelmina.   

De groep wou op een of andere manier toch aandacht schenken aan Koningendag. Het plaatsen van de vlag was wel risicovol, want wie durfde het om de vlag op het hoge en gevaarlijke punt te plaatsen. De groep jonge mannen kenden elkaar uit de jongelingenvereniging van de Gereformeerde kerk, bestond uit Johannes ter Horst, Dries Nijenhuis, Cor Brasz, Frits Buitenbos en Joop Jonge Poerink.

Na een tijd met elkaar gepraat te hebben over wie de vlag zou plaatsen, bood Dries Nijenhuis zich aan om het te doen. Hij moest op de avond voor Koningendag wel wachten tot het donker was, anders zouden de Duitsers het in de gaten hebben. Het was niet makkelijk de vlag op de plaats te krijgen, het klimmen tegen de fabriekspijp was gevaarlijk. Uiteindelijk is het wel gelukt, de vlag wapperde in top! Toen Dries Nijenhuis weer veilig op straat stond, zei hij dat hij het voor geen goud nog een keer zou doen.  

De groep begon regelmatig met vergaderen om meer acties te ondernemen tegen de Duitsers. In september 1940 werd bijvoorbeeld al een Joods gezin, dat aan de Oldenzaalsestraat woonde, geholpen. De eerste onderduiker die door de groep geholpen werd was Henny Rhood. In Groningen kreeg hij een onderduikadres.  

De groep werd al snel groter, steeds meer jonge mannen wilden vechten voor een vrij Nederland. Ze kwamen in contact met een andere verzetsgroep uit Amsterdam en er werd zendapparatuur gebouwd om met elkaar te kunnen praten via de radio. Gerrit Luiten wist aan materiaal te komen en bouwde een verplaatsbare zender waarmee op verschillende plaatsen in de stad kon worden gewerkt. Berichten konden door beide groepen worden doorgegeven.

Die uitzendingen verliepen niet altijd vlekkeloos, een keer na de uitzending vanuit een woning aan de Kamerlingh Onneslaan brand uit naar kortsluiting in de zendapparatuur. De Gestapo in Amsterdam werd hierdoor gewaarschuwd, waardoor de apparatuur heel snel moest worden verspreid.

Het was ook deze groep, die het verbod van de Duitsers om naar de Engelse radio te luisteren nog eens extra duidelijk wilde maken en daarmee wilde vertellen dat dit ondanks het verbod toch wel gebeurde. Ze hadden bijvoorbeeld een bord geplaatst bij het standbeeld van Dr. Ariëns op het De Ruyterplein met de tekst: ” Ik alleen luister niet naar de Engelse zender”.

Uiteraard was het niet alleen déze groep jongeren die zich in Enschede verzet hebben tegen de Duitse bezetter. Ook andere mensen, mannen en vrouwen, kwamen bij elkaar om te bedenken wat ze tegen de situatie konden doen. Veel van de mannen waren militair geweest bij het Nederlandse leger en konden het niet uitstaan dat zij de strijd tegen de Duitsers hadden moeten staken. Voor hen was de strijd nog niet voorbij.

De heer G. Poolman vertelde, dat er in 1940 na de capitulatie als begonnen was met het verzamelen van materiaal en wapens die nog bruikbaar waren. Een deel daarvan was verstopt in het kasteel Darthuizen in Leersum. De wapens werden later vervoerd naar Veenendaal, van daaruit werden ze een paar jaar later verdeeld over de verschillende verzetsgroepen in Nederland. Een klein gedeelte kwam ook naar Enschede. In de kapperszaak van Poolman aan de Deurningestraat 19a werd ook een verzetgroep opgericht. In het begin werd daar één keer per maand vergaderd. Dit was best gevaarlijk, omdat er naast Poolman, op nummer 19, een N.S.B.-er woonde. Later werden er vergaderingen gehouden bij het Rondhuis aan de Henglosedwarsstraat 7 en in de Melkfabriek bij de heer Van Honschooten.

Er zullen vast en zeker meerdere groepen geweest zijn die over hun ervaringen in het eerste oorlogjaar zouden kunnen vertellen. Toch is er veel onduidelijkheid over de verzetsdaden. Er werd weinig tot niets verteld door veel van de groepen. De meeste van deze moedige mensen die de oorlog hebben overleefd zijn, zijn inmiddels overleden. Velen van hen namen hun ”geheim” mee in hun graf. Het is niet anders, het waren dan ook tijden en gebeurtenissen die heel erg ingrijpend waren in een mensenleven.