De inval in Nederland


-5-1940

Nederland had omstreeks 1900 als klein land internationaal niet zo heel veel te vertellen in een wereld die al eeuwen gedomineerd werd en voor een groot deel verdeeld was tussen de wereldrijken van Frankrijk en vooral Engeland. Door het  sterker wordende Duitsland dat ook wel koloniën wilde en door de opkomst van “nieuwe” grootmachten als Amerika, Rusland en Japan was het voor al deze landen moeilijk om gezamenlijk een nieuw machtsevenwicht te vinden in de wereld.  Dat ging dan gepaard met allerlei ruzies en oorlogen onderling. Nederland besloot dat het beste was om zich stil te houden en zich nergens mee te bemoeien. Zo was Nederland toen alle opgelopen spanningen uitbarstten in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) neutraal terwijl al onze buurlanden wel in oorlog waren.  

Na de Eerste Wereldoorlog was nog niet alle spanning tussen de Europese landen uit de lucht en vooral Duitsland was erg ontevreden met de uitkomst van de oorlog en de gebieden die het nog over had. Hitler en zijn nazi partij kwamen in Duitsland aan de macht, er was weer een nieuwe wapenwedloop in Europa en zo werd het vanaf 1935 aan de Nederlandse regering duidelijk dat de kans op een nieuwe oorlog in Europa weer groter was geworden. Omdat België in de Eerste Wereldoorlog neutraal probeerde te blijven, maar toch werd aangevallen om verschillende legers doortocht te verlenen, was er bovendien een kans was dat in een nieuwe oorlog nu óók Nederland tegen zijn zin bij die oorlog betrokken zou worden. Er was sprake van onenigheid over hoe nu verder te handelen. Zou het wel echt oorlog worden? En zo ja, hoe moest Nederland zich voorbereiden?

Nederland als klein land had weinig kans om een oorlog te winnen tegen een groter land, hoe goed men ook zijn best zou doen om een voor een klein land relatief groot leger op de been te krijgen. Een groter land zou toch wel een veel groter leger hebben. Een leger opbouwen, trainen en onderhouden kost ook veel geld. In het geval van een te verwachten nederlaag zouden alle moeite en al het geld weggegooid zijn en bovendien, een oorlog was niet eens zeker.. Aan de andere kant moest Nederland natuurlijk ook niet een té gemakkelijke prooi worden. De Nederlandse regering koos er toen voor om duidelijk neutraal te blijven en met zo min mogelijk kosten een zo goed mogelijke verdediging neer te zetten. Dat zou eventuele andere landen moeten afschrikken om te proberen Nederland bij de oorlog te betrekken en toch niet té veel kosten.. Dit betekende dat in de strategie van het leger de nadruk kwam te liggen op verdedigen. Daarom werden er veel verdedigingswerken aangelegd en werd het leger niet zo uitgerust dat ook aan zou kunnen vallen. Dan waren er minder tanks nodig en ook minder soldaten. Verdedigend zou Nederland zo tóch in het voordeel zijn. Maar het nadeel was dat áls een verdedigingslinie doorbroken zou worden, die ook niet kon worden terug veroverd. 

Intussen werd het steeds duidelijker dat een eventuele oorlog er eentje zou zijn waarbij Duitsland en Frankrijk in ieder geval betrokken zouden worden. Dat betekende voor Nederland dat de kans om neutraal te kunnen blijven steeds kleiner werd. De Frans-Duitse grens was namelijk aan beide kanten, maar voornamelijk aan de Franse kant erg goed verdedigd. Vooral België, maar ook Nederland lag dus op de route die legers moesten nemen om die bewaakte grenzen heen te trekken. De Nederlandse wegen waren namelijk beter dan die van België en het land minder heuvelachtig. 

Voor zowel Duitsland als voor Frankrijk en ook voor Engeland was Nederland om nog een andere reden belangrijk. Nederland had geen groot leger, maar dus wel goede verdedigingswerken als gevolg van de beslissing van de Nederlandse regering om zich op verdedigen te richten. Er werd een reeks verdedigingslinies ingericht. Rond Den Helder werd de daar gelegen marinebasis beschermd, de afsluitdijk werd verdedigd en er waren verdedigingswerken rond de Grebbeberg en langs de grote rivieren als de Maas, de Rijn en de IJssel.  Maar vooral de meer in het westen gelegen “Vesting Holland” leek sterk. Utrecht, Noord- en Zuid-Hollland konden namelijk goed worden verdedigd door gebieden er om heen onder water te laten lopen. De rest van Nederland zou dan als het ware worden ‘opgegeven’. De verdedigingslinie van vesting Holland heette heel toepasselijk de Waterlinie.

De Fransen waren van plan geweest om bij een aanval van de Duitsers hun land al op Belgisch en Nederlands grondgebied te voeren om zo ‘hun’ noordelijke grens wat kleiner te maken waardoor die makkelijker te verdedigen zou zijn. De verdediging zou dan vanuit de Maginot-linie (zo heette de verdediging van hun eigen stuk grens met Duitsland) door de moeilijk doorgaanbare (en dus makkelijk te verdedigen) Belgische Ardennen aansluiten op de Nederlandse Waterlinie. Een heel sterke verdedigingslijn! 

De Duitsers zagen dit ook maar ze wilden vooral voorkomen dat de Fransen of Engelsen als eersten de Nederlandse neutraliteit zouden schenden door te landen binnen die waterlinie. Zo zouden ze namelijk meteen al een goed verdedigd stuk van het vaste land van Europa in handen te hebben van waaruit ze het Ruhrgebied (belangrijk (wapen) industriegebied) en de Noord-Duitse laagvlakte met veel grote steden konden bedreigen.

Zowel de Fransen, de Engelsen als de Duitsers zagen het niet als een onoverkomelijk probleem om het neutrale Nederlandse daarbij binnen te vallen. Hitler zei:“Als de oorlog eenmaal gewonnen is, wie maalt daar dan nog om?” 

Nederland was neutraal maar toen Duitsland Oostenrijk en Tsjechië had ingelijfd en oorlog was begonnen tegen Polen waren er wel geheime besprekingen met Engeland en Frankrijk. In het geval Duitsland Nederland zou binnen vallen, zouden deze landen Nederland te hulp komen.

De doelstelling van het Nederlandse leger was niet heel ambitieus: aangezien er geen kans was dat door Nederland alleen op den duur een oorlog gewonnen zou kunnen worden, moest het Nederlandse leger volgens de plannen in staat zijn om het Duitse op eigen kracht twee weken kunnen tegenhouden. Daarna zouden Frankrijk en Engeland te hulp zouden komen om de Duitsers weer terug te drijven naar hun eigen land. Toch was het belangrijkste doel van Nederland nog steeds om neutraal te blijven. Daarom werden er geen harde afspraken gemaakt. Ook niet met bijvoorbeeld België. Duitsland zou deze afspraken kunnen zien als een schending van de neutraliteit en het als een reden kunnen gebruiken om toch Nederland binnen te vallen.  

Met het verstrijken van de tijd kwamen steeds meer aanwijzingen dat een Duitse aanval op handen zou zijn. Een Duitse kolonel die werkte voor de Nederlandse inlichtingendiensten had al eens een paar keer gewaarschuwd voor een aanval, maar noemde ook steeds een datum. Hoewel de informatie die hij doorgaf echt klopte, werd datum werd steeds uitgesteld door het Duitse hoofdkwartier, daarom geloofde men na een paar verstreken data niet meer dat die kolonel goede informatie leverde.

Bovenop de Europese politieke situatie kwam nog eens dat er Duitse spionnen werden ontdekt, die de Nederlandse verdedigingslinies in kaart brachten. Een Duitse spion deed dat met de Grebbeberglinies vanaf de uitkijktoren van Ouwehands Dierenpark. Toen de Nederlandse minister president werd verteld dat het Duitsers zo wel erg gemakkelijk werd gemaakt, vond hij dat het economisch (toeristisch) belang van het openhouden van die uitkijktoren ging boven het belang voor de staatsveiligheid… en dus kon hij ongestoord zijn gang gaan.

Alle aanwijzingen hadden er trouwens wel toe geleid dat het Nederlandse leger in 1939 gemobiliseerd was, klaar voor de strijd. En ook dat er een goed werkend plan was opgesteld om alle troepen en reserves in het geval van oorlog snel naar de plekken te vervoeren waar ze nodig waren. 

Maar er waren ook wat problemen. Omdat in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog alle landen die dachten dat er misschien wel eens oorlog zou komen hun legers wilden versterken met modern materiaal, waren er op dat moment niet genoeg fabrieken beschikbaar om ook al die wapens te leveren. Nederland had bijvoorbeeld in Duitsland kanonnen besteld, maar die werden uiteindelijk natuurlijk nooit geleverd. Een beetje uit zuinigheid en een beetje uit pech had Nederland dan ook niet genoeg modern wapentuig en kogels om op zijn allerbest te kunnen verdedigen. Bovendien was Nederland er in eerdere jaren vanuit gegaan dat een eventuele oorlog pas later zou uitbreken. Niet alle verdedigingswerken waren al helemaal af. Daarom kon niet alles wat onder water zou worden gezet ook echt onder water worden gezet.

 

Dutch_defense_lines_-_ln-en.jpg

 

Op dit plaatje staan de Nederlandse verdedingingslinies aangegeven met rode lijnen. Klik op de afbeelding voor een vergoting.

 

Op 10 mei 1940, heel vroeg in de ochtend, viel Duitsland tegelijkertijd Luxemburg België en Nederland aan. Het Duitse leger dat Nederland aanviel was niet het beste leger dat ze hadden, dat werd namelijk voor de aanval op Frankrijk gebruikt. veel soldaten hadden slechts een verkorte opleiding gehad. Toch was het Duitse leger beter bewapend en iets groter dan het Nederlandse. Een van de belangrijkste voordelen die het Duitse leger had was het grote aantal vliegtuigen. De Nederlandse soldaten die aan het verdedigen waren werden vaak bestookt door duikvlucht bommenwerpers, Stuka’s. Soldaten raakten hier vaak van in paniek en sloegen op de vlucht. Bovendien zorgden de vliegtuigen ervoor dat vervoer over de weg moeilijker werd  en dat schepen op het water in gevaar waren. De Nederlandse luchtmacht, geholpen door de Engelsen, haalde wel veel vliegtuigen neer, maar was toch geen partij tegen de grote overmacht.  

Toen eenmaal duidelijk was dat er Duitse troepen de grens waren gepasseerd kwam de verdediging in actie. Ze konden niet bij de grens worden tegen gehouden, daarvoor waren veel te weinig soldaten. Een van de belangrijkste taken was daarom het verdedigen en het daarna opblazen van bruggen over kanalen en rivieren als de vijand naderde. De Duitsers probeerden die heel in handen te krijgen, want dan konden ze veel sneller oprukken. Meestal lukte het op tijd ze te vernietigen, maar de Duitsers hadden een paar slimme dingen uitgehaald. Duitse soldaten in Nederlandse uniformen hadden namelijk soms al stiekem een brug bezet, en in Limburg was er een gepantserde trein uit Duitsland heel snel zo door de verdediging heen en een brug over gereden. Op die manier konden soldaten uit die trein ook de verdedigers van achteren aanvallen.

 Bovendien werkten de Duitsers met parachutisten. Geprobeerd werd om belangrijke plekken in Nederland achter de verdedigers alvast te veroveren en bezet te houden tot de rest van het leger kwam helpen. Zo is er rond Den haag en in Rotterdam op plaatsen heel hard gevochten met die troepen. Groepen Duitse soldaten probeerde daar bijvoorbeeld de Nederlandse regering gevangen te nemen en vliegvelden te veroveren. Het waren geen grote legers maar  Nederland had daar natuurlijk ook niet heel veel soldaten.

Het hevigst was de strijd bij de Grebbeberg. Bij de afsluitdijk werden de Duitsers tegen gehouden en op andere linies soms langer vertraagd (soms ook niet) dan de Duitsers hoopten. Nederlandse soldaten vochten op veel plaatsen dapper, maar werden steeds verder terug gedreven naar het westen van Nederland tot achter de waterlinie uiteindelijk. Als een verdedigingslinie namelijk ergens doorbroken was, of  de vijand was er omheen weten te komen, dan kon de rest van de verdediging daar niet meer goed blijven en moest zich ook terug trekken uit angst om omsingeld en gevangen genomen te worden. 

De Engelsen hielpen met vliegtuigen en met 200 mariniers. Dat was natuurlijk lang niet genoeg tegen een Duits leger van ongeveer 150.000 man. De Fransen waren nadat Nederland was aangevallen meteen uit Frankrijk naar Nederland op weg gegaan met een groot leger. Maar omdat Duitse vliegtuigen en wegen vol vluchtelingen de opmars vertraagden en de Duitsers op veel plaatsen al snel waren opgerukt lukte het ze niet om zo de verdedigende stellingen te bereiken die ze van te voren hadden gepland en op die manier de Nederlandse verdediging veel zinvolle hulp te bieden. In plaats daarvan werden de Franse troepen in Nederland en België door een succesvolle snelle Duitse aanval door Frankrijk naar de kust van het Kanaal afgesneden van hun voorraden en reserves en omsingeld. 

Het was wel duidelijk dat het Nederlandse plan van twee weken op eigen kracht stand houden niet gehaald zou worden en bovendien was er ook geen hulp meer te verwachten die de Duitsers zou terugdrijven. De Fransen en Engelsen waren zelf aan het verdedigen geslagen. Toch ging de verovering van Nederland niet snel genoeg volgens de Duitsers. Hitler was ook erg kwaad over het mislukken van de luchtlandingen rond Den Haag. Om de capitulatie van Nederland te bespoedigen en  misschien ook wel om de luchtlandingstroepen die omsingeld waren bij Den Haag te bevrijden besloten ze op 14 mei om Rotterdam te bombarderen. Dat was een verschrikkelijk bombardement waarbij 617 burgers omkwamen om en 80.000 mensen hun huis kwijt raakten. Toen de Duitsers daarna dreigden om dat ook met andere grote Nederlandse steden te doen, moest Nederland zich wel overgeven. Anders waren nog veel meer onschuldige mensen om het leven gekomen. Op 12 mei waren de regering en de koningin met haar familie al naar Engeland gevlucht. En op 15 mei tekende de Nederlandse opperbevelhebber de overgave van Nederland. In Zeeland waren op dat moment nog  Franse troepen aanwezig en om die de kans te geven te vluchten werd Zeeland nog een paar dagen uitgesloten in de overgave, maar op 17 mei was ook Zeeland bezet gebied geworden. 

Klik hier om te zien hoe steeds meer delen van Nederland onder Duitse controle kwamen. Zeeland als laatste.

In het gemeentearchief is veel materiaal te vinden over het verloop van de oorlog. (Dag)Boeken en verzamelde kranten uit die tijd geven een goed beeld van hoe de oorlog verliep, hoe normale mensen die beleefde en wat de mensen in die tijd te horen kregen en wat niet!