Bevrijding van Nederland

Nederland
5-5-1945

Nederland is maar een klein land in Europa, toch duurde de bevrijding van Nederland langer dan bijvoorbeeld de bevrijding van Frankrijk. Dezelfde rivieren en vestingwerken die de Duitsers bij hun aanval op Nederland nog even tegen hadden weten te houden, waren nu immers in handen van het Duitse leger.

Toen Duitsland Nederland was binnengevallen waren de Duitse legers snel opgerukt tot aan Vesting Holland. Dat was het gebied bestaande uit Noord-Holland, Zuid-Holland en gedeeltes van Utrecht en Zeeland. Een dichtbevolkt gebied dat relatief makkelijk verdedigd kon worden omdat de Noordzee, het IJsselmeer, de Zuid-Hollandse eilanden en de grote rivieren natuurlijke verdedingswerken waren en de stukken land die de overige grenzen van dit gebied vormden, onder water gezet konden worden. Daar werden ze even opgehouden, maar de op dat moment veel sterkere Duitse luchtmacht had Rotterdam gebombardeerd met veel burgerslachtoffers als gevolg en dreigde met nog meer van dit soort aanvallen als Nederland zich niet overgaf. Hierdoor was de Vesting Holland versneld gevallen. Toen de legers van de geallieerden Nederland probeerden te bevrijden, was de situatie voor hen heel anders. Het was nog steeds moeilijk om Vesting Holland te veroveren dat nu verdedigd werd door het sterke Duitse leger, maar de bevrijders konden deze keer niet dreigen met burgerslachtoffers of terreur. Daar zouden ze alleen maar de Nederlandse bevolking mee hebben. Dat zou de het Duitse leger vast niet heel veel uitgemaakt hebben!

De bevrijding van Nederland begon eigenlijk met de landing van de geallieerden (Amerikaanse, Canadese en Engelse troepen) in West- Europa op 6 juni 1944. Duitsland was in Oost-Europa in de verdediging gedrongen door Rusland dat steeds meer gebied terug veroverde en had het grootste gedeelte van zijn leger in het oosten ingezet om te proberen te voorkomen dat Duitsland zelf veroverd zou worden. Daarom waren er maar weinig Duitse legers in West-Europa. Toch dreigde daar ook gevaar voor het Duitse rijk, afkomstig van de steeds sterker wordende Engelsen en Amerikanen die zich in Groot-Brittannië hadden verzamelden. Hitler besloot toen dat de hele kust van West-Europa versterkt moest worden met bunkers, kannonnen en versperringen op de stranden. Op die manier zou het moeilijk zijn om vanaf de zee het land op te komen en kon Duitsland met relatief weinig soldaten een groter leger tegenhouden. Deze enorme verdedigingslinie heette de Atlantikwall. Ook in Nederland werd de kust versterkt. Je kunt als je naar het strand gaat op sommige plaatsen in de duinen nog steeds bunkers zien die door Duitsland zijn gebouwd. De verdediging van de kust was wel sterk, maar de hele westkust van Europa is ook heel groot. Bovendien wisten de Duitsers niet precies wáár de geallieerden zouden proberen aan te vallen. Dat was in het voordeel van de geallieerden. Zij konden een plaats uitkiezen waar de verdediging niet zo sterk was en daar met hun hele leger aanvallen terwijl de verdedigers over een veel groter gebied verspreid zouden zijn.

Nederland zou een logisch gebied zijn geweest voor de Engelsen en Amerikanen om op te landen want de Nederlandse stranden breed zijn en de duinen zijn laag en bovendien zouden ze na een succesvolle landing midden in Vesting Holland hebben gestaan. Een gebied dat zoals gezegd makkelijk te verdedigen was als ze het eenmaal zouden hebben veroverd en waar ze in alle rust veel nieuwe soldaten aan land hadden kunnen brengen. Een ander gebied dat aantrekkelijk was om een landing op uit te voeren, was het gebied rond Calais. De zee tussen Engeland en Frankrijk bij die stad heet het Kanaal omdat hij daar zo smal is. En dat smal zijn is een groot voordeel: op zee zijn schepen kwetsbaar voor vliegtuigen en kanonnen van het vaste land. Bij een aanval op de kust bij Calais hadden de geallieerden vanuit Engeland niet ver hoeven te varen met soldaten en voorraden.

De Duitsers wisten dit natuurlijk ook en daarom waren deze twee gebieden nog beter verdedigd dan de andere gebieden. Uiteindelijk zijn de geallieerden dan ook niet in Nederland geland of bij Calais, maar in Normandie, een streek die iets zuidelijker in Frankrijk ligt. Op een kust met hoge rotsen wat de landing moeilijker maakte, maar wel tot grote verassing van de Duitsers en dat maakte een landing weer ietsje makkelijker. De dag waarop deze landingen werden uitgevoerd heette D-Day. In het Nederlands vertaald is dat  B(eslissings)-Dag, en hij heette zo omdat deze aanval zo belangrijk was. Gelukkig viel de beslissing in de strijd die dag na zware gevechten in het voordeel van de geallieerden en toen ze eenmaal een vaste voet aan wal hadden en iets makkelijker nieuwe troepen en voorraden aan land konden brengen, konden ze beginnen met het bevrijden van West-Europa en dus ook van Nederland. Gelukkig waren veel van de Duitse legers in Oost-Europa aan het vechten, want het gedeelte van het Duitse leger dat nog in West-Europa was maakte het de bevrijders al heel moeilijk. Dat begon al de dagen na D-Day. Normandië is namelijk een soort driehoekig stuk land met aan twee kanten water en aan één kant de rest van Frankrijk. Duitsland sloot al snel de gelande troepen op in die driehoek. Pas twee maanden na dat ze geland waren wisten de geallieerde troepen uit te breken en te beginnen met het veroveren van de rest van Frankrijk samen met troepen die in Zuid-Frankrijk geland waren. In Frankrijk ging dat vanaf toen in een hoog tempo.

Voor de oorlog hadden de Fransen de Maginot linie gegraven, een verdedigingslinie langs de grens met Duitsland, maar ook de Duitsers hadden aan hun kant van de grens met Frankrijk een verdedingslinie opgericht. Die liep van Zwitserland in het zuiden door naar Duitse vooroorlogse grens met het midden van Nederland in het noorden. Deze heette de Siegfried linie. Achter deze linie lag het Ruhrgebied, een belangrijk industriegebied van Duitsland. Deze verdedigingslinie vormde na de bevrijding van Frankrijk een nieuwe barrière voor de geallieerde legers. Wat konden deze legers nu het beste doen? De Amerikanen wilden Duitsland dwars liggen door de Siegfiedlinie op veel plaatsen tegelijk aan te vallen, maar de Engelse veldmaarschalk Montgomery wilde door Nederland naar het IJsselmeer oprukken om vervolgens het noordwesten van Duitsland binnen te trekken. Op die manier konden de geallieerde legers om de Siegfriedlinie heen trekken, een beetje net zoals de manier waarop de Duitsers eerst om de Maginot linie waren heen getrokken. Maar beide plannen waren moeilijk uitvoerbaar omdat er grote rivieren over gestoken zouden moeten worden en dat is met verdedigers aan de andere kant nou eenmaal heel moeilijk.

Uiteindelijk mocht Montgomery zijn plan uitvoeren. Zijn plan had de naam Market Garden en het idee was om met Amerikaanse, Britse en Poolse parachutisten snel enkele bruggen over de grote rivieren in Nederland te bezetten zodat die niet opgeblazen konden worden door de Duitsers en om die bruggen vervolgens ook snel over land te bereiken met de rest van zijn legers, die al heel snel waren opgerukt tot in België en een klein stukje van Zuid-Limburg.

Want parachutisten alleen kunnen niet zonder hulp heel lang een stuk grond, van alle kanten omringd door de vijand, in bezit houden. En die legers hadden zonder de parachutisten geen gebruik kunnen maken van de bruggen.

Het doel was om het noordoosten van Nederland nog voor de winter van 1944/1945 te bevrijden, maar de plannen mislukten. De Duitsers waren met veel meer en ook nog eens veel beter bewapend dan de geallieerden hadden gedacht. De parachutisten zaten in de val en konden door slecht weer moeilijk worden bevoorraad met vliegtuigen. Bovendien kon het hoofdleger niet snel genoeg oprukken om ze te helpen. Vooral het laatste stuk vanaf Nijmegen naar de brug van Arnhem over de Rijn, die het doel was schoot het niet op. Er moest zwaar worden gevochten waarbij hele dorpen in puin werden gelegd. Vooral ook door de parachutisten werd heldhaftig gevochten. Ze raakten verspreid aan de noordkant van de Rijn en groeven zich in terwijl ze hoopten op versterkingen die niet kwamen. Een klein gedeelte kon zich nog redden door over de rivier terug naar het zuiden te zwemmen, maar het grootste gedeelte werd gevangen genomen of sneuvelde. Er is hier een bekende film over gemaakt: A bridge too far, een brug te ver. De gevolgen van deze mislukte aanval waren groot. Ten eerste duurde het nu nog een half jaar langer voordat het noorden van Nederland werd bevrijd en bovendien moesten de geallieerden na hun nederlaag op krachten komen met nieuwe voorraden en manschappen. In die tijd kreeg het Duitse leger de kans om zich te hergroeperen. En met bijna alle tankdivisies die het nog had beval Hitler een tegenaanval op de geallieerden. Dat gebeurde in de Ardennen op vanaf 16 december 1944. Het was nog even spannend voor de geallieerden want dit was een van de grootste veldslagen sinds de landing in Normandie en ze verloren bijna, maar na een maand zwaar vechten wisten ze toch te winnen. De Duitsers waren uitgeput na deze zware slag en nadat de winter was afgelopen wisten de geallieerden naar het oosten door te breken en het Ruhrgebied te omsingelen.

In Nederland werd ook gevochten. Arnhem was niet bevrijd en de grote rivieren konden nog niet worden overgestoken. Wel werd begonnen met de bevrijding van Zuid-Nederland want na operatie Market Garden begon op vrijdag 20 oktober 1944 operatie Pheasant, de bevrijding van Midden- en West-Brabant. Een Canadees leger viel vanuit België aan en een Engels leger vanuit het oosten. Op twee plaatsen in het zuiden werd er het hardst gevochten: in Zeeland en in de Peel, een gebied langs de Maas. Zeeland was van speciaal belang, omdat van daaruit de Westerschelde beheerst kon worden. Deze zeearm is de toegangsweg over zee naar Antwerpen, een grote belangrijke haven die nodig was om grote hoeveelheden voorraden aan land te brengen. De geallieerden lukte het maar niet om de Zeeuwse eilanden te veroveren en uiteindelijk bombardeerden ze zelfs de dijken om zo gedeeltes van Zeeland, die Duits waren, onder water te laten lopen. Wel werd de bevolking met pamfletten gewaarschuwd, zodat ze konden proberen te vluchten. Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Noord en Zuid-Beveland werden uiteindelijk in de maanden september tot november door Canadezen, Engelsen en Polen bevrijd.

In de Peel probeerden de Duitsers nog vóór de rivier de Maas de geallieerden tot staan te brengen. Vooral in dorpen als Boxmeer en Overloon werd zwaar gevochten. Uiteindelijk wonnen de geallieerden overal, maar in het geval van Overloon kostte dat twee weken en meer dan 100.000 granaten en in het geval van Boxmeer werd er nog wekenlang na de bevrijding van over de Maas op elkaar geschoten waardoor de bevolking het dorp ontvluchtte. Pas in november en begin december was de Peel door een Engels leger bevrijd.

Na de slag om de Ardennen waren de Geallieerden er in geslaagd om de grote rivieren over te steken en Duitsland binnen te vallen. In Duitsland trokken ze aan de andere kant van de Maas en de Rijn naar het noorden en bevrijdden zo in februari 1945 het Duitse Rijnland en Noordoost Limburg. De Canadezen vochten in het noorden en de Amerikanen in het zuiden. Zo kon het gebeuren dat op 28 maart 1945 de Canadezen bij Dinxperlo vanuit Duitsland Nederland binnen trokken in plaats van andersom! Gelderland, Overijssel, Friesland, Groningen en Drente werden toen tamelijk snel bevrijd. In Drente werden hierbij Belgische en Franse luchtlandingstroepen ingezet. Bijvoorbeeld toen ze wisten dat in een bepaald café veel Duitse officieren vergaderden en   een Frans groepje parachutisten met succes (en veel slachtoffers) probeerde om deze officieren onschadelijk te maken.Op 1 april werd Enschede bevrijd en al op 2 mei was de laatste Duitse tegenstand gebroken in heel Noordoost Nederland gebroken.

Het bezette westen, inmiddels geïsoleerd van de rest van Duitsland, bleef nog bezet omdat de Duitsers zware tegenstand op de Grebbelinie boden. Om de burgerbevolking te sparen besloten de Canadezen niet verder te trekken. In het westen van Nederland was het dat laatste oorlogsjaar geen pretje. De Nederlandse regering in Londen had in september opgeroepen tot een spoorwegstaking in Nederland. Als er geen treinen meer reden, konden er ook geen extra Duitse soldaten naar Nederland toe of binnen Nederland hergroeperen waar ze nodig waren. Op die manier zouden de Geallieerde legers die na operatie Market Garden de rivieren zouden zijn over gestoken, gemakkelijker de rest van Nederland kunnen bevrijden. Maar die operatie liep dus verkeerd af en de Duitsers hielden stand. De Nederlandse spoorwegmedewerkers hadden voor een groot deel geluisterd naar de oproep van de regering en gingen staken. De Duitsers waren daar natuurlijk heel kwaad over, en voor straf lieten ze maar gewoon helemaal geen treinen meer rijden. Dat bleek flink in het nadeel van de gewone Nederlanders te werken, omdat zo ook geen voedsel en brandstof meer vervoerd kon worden. Omdat het een heel strenge winter was, waarbij het soms wel 20 graden vroor, konden ook schepen niet meer voldoende voedsel aanvoeren: ze kwamen vast te zitten in het ijs. Het dichtbevolkte westen van Nederland kon niet genoeg voedsel produceren voor zijn eigen bevolking en dus leden veel mensen aan honger en kou. Duizenden mensen stierven. De winter is de ‘hongerwinter’ gaan heten en was dus een direct gevolg van de mislukking van operatie market garden.

Toen Duitsland al bijna overal verslagen was werd met de Duitsers afgesproken dat Engelse vliegtuigen voedsel mochten droppen voor de noodlijdende bevolking in het westen. Zelf konden ze natuurlijk ook wel dit voedsel gebruiken. De droppings begonnen op 29 april door de lucht en op 2 mei kwamen er ook wegtransporten met Engelse en Canadese vrachtwagens bij, die werden doorgelaten bij de Grebbeberglinie.

Intussen waren de Duitsers in de rest van Europa heel ver terug gedrongen en op 4 mei 1945 aanvaardde Veldmaarschalk Montgomery in zijn hoofdkwartier op de Lüneburgerheide de overgave van de Duitse troepen in Noordwest Europa. Die zou op 5 mei 's morgens om 8 uur ingaan.

Maar alweer was het westen van Nederland later dan de rest van het land, omdat Duitse bevelhebber in Nederland vond, dat de overgave van alle troepen in Noordwest Europa niet van toepassing was op de Duitse troepen in het westen van ons land.... Hij wilde echter wel onderhandelen en 5 mei werden in hotel "De Wereld" in Wageningen besprekingen gevoerd. Ook Prins Bernhard, die net als Wilhelmina al weer naar (het bevrijde zuiden van) Nederland was terug gekeerd, was hierbij als bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten aanwezig. De volgende dag, zondag 6 mei 1945, tekende de Duitse generaal alsnog en gaven alle Duitse troepen in Nederland zich over. Twee dagen later, op dinsdag 8 mei 1945, gaf het Duitse opperbevel in Berlijn zich ook over en was de oorlog in heel Europa afgelopen.

En toch werd er in Nederland nog gevochten... Na de overgave waren nog niet meteen overal in Nederland geallieerde troepen aangekomen en waren er nog wel Duitsers aanwezig. In sommige plaatsen probeerde mensen uit het verzet de leiding over te nemen totdat de geallieerden kwamen en voelden de Duitsers zich daardoor bedreigd. Ze hadden vaak wel wat te vrezen van mensen uit het verzet tenslotte. Ook waren sommige Duitse soldaten vol wrok omdat ze de oorlog verloren hadden en wilden ze wraak nemen op de bevrijde bevolking. In Amsterdam bijvoorbeeld schoten Duitse militairen op de feestvierende menigte op de Dam en vielen er doden. Op Texel kwamen er pas op 20 mei Canadese militairen aan land. Tot die tijd bleven de Duitsers er met veel geweld de baas spelen. Gelukkig ontplofte een tijdbom in een Duitse wagen vol munitie voordat deze wagen in het midden van een plein vol feestvierende mensen in Den Burg was aangekomen waar ze hem naartoe hadden laten rijden om zo veel mogelijk slachtoffers te maken.