Bevrijding van Enschede


1-4-1945

Sinds de landing in Frankrijk op de kust van Normandie rukten de geallieerde legers steeds verder op door West-Europa en werd Nazi-Duitsland steeds verder in de verdediging gedrukt. De bevrijding van Nederland bleek moeilijker dan gedacht en duurde ook lang. Toch was het in het voorjaar van 1945 dan eindelijk zo ver. De Engelsen en Canadezen stonden op het punt om Twente te bevrijden.

In de strijd om de bevrijding van Nederland hadden de geallieerde troepen veel tegenstand ervaren toen ze de grote rivieren probeerden over te steken. Het dichtbevolkte westen van Nederland was ook goed verdedigd door de Duitsers en niet in te nemen zonder grote kans te lopen dat er ook heel veel onschuldige burgerslachtoffers zouden vallen. Het gevolg  van deze twee zaken was, dat de bevrijders die van uit het zuiden kwamen, een omweg moesten maken. Ze lieten het westen van Nederland links liggen, staken de Rijn over bij de oude Frans-Duitse grens en kwamen uiteindelijk in Oost Nederland  (Twente en de Achterhoek) aan uit Duitsland!

                            Scan0031.tif

Het uiteindelijke doel van deze troepen was het om na de bevrijding van Oost-Nederland door te trekken naar de belangrijke Noord-Duitse havensteden als Bremen en Hamburg. Ze kwamen dus binnen uit het oosten, trokken naar het noorden van Nederland en zouden dan  ook weer weer afbuigen naar het oosten. Uit tactisch oogpunt gaf dat wel een probleem omdat er in in het westen van Nederland nog steeds Duitse troepen waren. Die zouden dan makkelijk vanuit het hun posities de voorbij trekkende Engelse legers vanaf de zijkant kunnen aanvallen. Die zijkanten van een legerbeweging noem je de flanken. Vaak is het zo dat die kwetsbaarder zijn dan de voorkant omdat de sterkste leger onderdelen voorop gaan om een weg te banen en daarachter het leger voor het grootste gedeelte bestaat uit trucs met voorraden, munitie, benzine en ondersteunend personeel. Dat gedeelte van het leger kan niet zo goed vechten en is ook niet zo goed op hun hoede als de soldaten vooraan. Daarom hadden de Engelsen met de Canadezen afgesproken dat de Engelsen voorop zouden gaan en dat de Canadezen het veroverde gebied zouden bezetten en beveiligen tegen aanvallen van de flanken. Dat betekende niet dat de Canadezen niet veel hoefden te vechten. Zij breidden het pad dat de Engelsen naar het noorden van Nederland vochtten namelijk uit richting het westen en moesten groepjes Duitsers die achter gebleven waren onschadelijk maken.

Hengelo, Enschede en het vliegveld van Enschede waren belangrijke doelen in het oosten van Nederland voor de geallieerden. Het zijn twee relatief grote steden en het vliegveld was door de Duitsers flink uitgebreid gedurende de oorlog en in gebruik genomen als een belangrijke luchtmachtbasis. Ze wilden zo snel mogelijk dit gebied veroveren! Nadat het leger in tweeen verdeeld was kreeg het ene deel de opdracht zo snel mogelijk op te rukken via de lijn Dinxperlo (waar ze voor het eerst de grens over kwamen) – Varsseveld-Ruurlo-Lochem naar Hengelo en het andere onderdeel via de lijn Aalten – Lichtenvoorde – Groenlo – Eibergen naar Enschede. Als er ergens zwaar tegenstand geboden werd, dan moesten ze er maar omheen trekken. Dan zou een legeronderdeel dat daar weer achteraankwam die weerstand wel proberen te breken. Dat er om heen trekken lukte ook omdat er geen natuurlijke barrières zijn in het landschap die dat onmogelijk maken of de verdedigers veel voordeel geven. 

Eind maart kwamen de gevechten dus plotseling heel snel steeds dichter in de buurt en dus wist iedereen dat de oorlog hier wel eens snel afgelopen kon zijn. Mensen uit het verzet lukte het soms al om contact te maken met de geallieerden om informatie door te geven over de Duitsers. Daarom wisten de geallieerden dat Enschede, Hengelo en het vliegveld goed verdedigd zouden zijn en maakten ze het volgende plan.

Het doel van de aanval was om Oldenzaal te bereiken. Daar lag de spoorlijn en de wegen naar Duitsland. Die stad wilden ze vanuit twee verschillende richtingen bereiken. Éen legeronderdeel moest westelijk om Enschede heen trekken en een ander leger onderdeel moest oostelijk om Enschede heen gaan. Die twee leger onderdelen zouden elkaar dan weer ontmoeten in Oldenzaal en zo alle Duitsers die zich nog rond en in Enschede en op het vliegveld  bevonden hebben ingesloten. Dat was beter dan een directe aanval op Enschede, want die stad heeft nogal nauwe straten, vooral in het centrum. Het is gevaarlijk om daar door heen te gaan met tanks of te voet. Vanuit de ramen kunnen plotseling anti-tank raketten worden afgeschoten of er kunnen mijnen worden gelegd.

Op 1 april was het zover. De geallieerden stonden al in Eibergen en het plan was om in één dag Oldenzaal te bereiken. Om zes uur sochtends begon de aanval. Voor de tanks uit reden verkenningsvoertuigen (die zijn sneller en veel minder duur als ze worden getroffen...) om er achter te komen waar er nog Duitsers waren voordat ze in Enschede zouden zijn. Daarvan werden er twee geraakt door bazooka’s bij Haaksbergen, maar de rest van het leger kon de Duitsers daar snel uitschakelen. Toen ze in de buurt van  Enschede kwamen werd het spannend. Een onderdeel van het leger kreeg de opdracht om via het zuiden van Enschede op de singel te komen en die dan naar het oosten te volgen om de stad heen, maar een ander onderdeel moest zo snel als mogelijk was via het westen om de stad heen trekken en dat was een groot probleem. Het Twente kanaal lag namelijk in de weg en die is maar op een paar plaatsen met een brug over te steken. De belangrijkste hiervan was voor deze aanval de Lonnekerbrug. Via de Beckumerstraat en de Strootsweg rukten de geallieerden op naar het kanaal. Die was goed verdedigd en de Engelsen werden, bij het water gekomen,  vanuit een huis beschoten met bazooka’s. Ook nog aan de zuidkant van het kanaal was een Duitse luchtafweerbatterij die, gekanteld, op de aanvallers begon te schieten. De Engelsen hadden met het oprukken naar het kanaal een fout gemaakt omdat hun stafkaart niet klopte. De brug lag meer naar het westen dan ze dachten en ze konden alleen alsnog bij de brug uitkomen als ze dwars door het vuur van de luchtafweer over een kale rechte weg (dus in het zicht van de verdedigers aan de andere kant) naar de brug zouden rijden. Omdat de brug zo belangrijk was probeerden ze het toch. Niet met tanks, maar met pantserwagens. Die zijn wat lichter en vooral wat sneller dan tanks. Omdat de Duitsers niet goed schoten lukte het door heel snel en al schietend te rijden om aan de andere kant van de brug te komen. Eerst met twee pantserwagens en daarna nog met drie tanks. Maar toen ging het mis. Aan de brug waren explosieven bevestigd en vlak voordat de Engelsen aan de andere kant van de brug die onschadelijk hadden kunnen maken, vloog de brug alsnog de lucht in. De tanks en de pantserwagens zaten in de val, midden tussen de toegesnelde Duitsers, aan de andere kant van het kanaal dan de kant waar hun eigen troepen waren. De pantserwagens waren al snel kapot geschoten en ook twee van de drie tanks. De meeste van de Engelse soldaten lukte het gelukkig om terug over het kanaal te zwemmen en één tank wist zich via het noorden van het kanaal een weg te banen naar de stad om zo uiteindelijk weer bij de geallieerden te komen, maar er waren ook doden te betreuren. De aanval was niet gelukt en nu moesten de geallieerden een omtrekkende beweging door het oosten van Enschede maken.

Die omtrekkende beweging lukte aardig maar bij de Gronause straat waren een paar plaatsen waar weerstand werd geboden die eerst moesten worden opgeruimd en toen de geallieerden bij het spoor naar Gronau kwamen raakten ze nog eens twee tanks kwijt. De bedoeling was om zo snel mogelijk de wegen vanuit Enschede naar het oosten en het noordoosten af te sluiten. Er waren namelijk veel Duitsers in Enschede die wel aan zagen komen dat ze uit eindelijk zouden verliezen en al een paar dagen waren veel van hen bezig om te vluchten. Bewoners van wegen als de Deurninger straat en de Oldenzaalse straat zagen hele kolonnes met zich terug trekkende Duitsers voorbij komen. Dat gaf gemengde gevoelens. Het was natuurlijk fijn om de gehate Duitse soldaten eindelijk te zien vertrekken, maar aan de andere kant was het nog steeds niet veilig. Elk vervoermiddel dat de Duitsers zagen namen ze in beslag om zo sneller vooruit te komen en er werd ook her en der nog wat geplunderd. Bewoners trokken zich bang  terug in hun kelders. Bij één van de bewoners werd hard op de deur geklopt, vluchten kon niet meer want de Duitse soldaat had al gezien dat er mensen thuis waren. Wat voor verschrikkelijk zou hij komen doen? Eenmaal binnen via de achterdeur vroeg hij de doodsbange bewoners slechts de weg...  Ook de Duitsers waren soms bang en onzeker, sommige Duitse soldaten verstopten zich zelfs om zich later over te kunnen geven aan de oprukkende geallieerden troepen.

Om 16.00 die dag bereikten de Engelsen met twee tanks vanuit het oosten de Kotkamp weg. Die ligt vlakbij de Oldenzaalse straat en die was nog steeds belangrijk als levenslijn tussen het bijna omsingelde Enschede en de resten van het door Duitsland bezette gebied. Vanaf de omgeving van die straat werd dan ook nog steeds teruggevochten. Er werd plots geschoten en één van de soldaten die op de tank zat viel dood op de grond. De tanks werden nu voorzichtiger en reden heel langzaam verder. Nog verder bij de Oldenzaalse straat in de buurt gekomen werd de eerste tank plotseling van alle kanten onder vuur genomen door Duitse soldaten die zich in de bosjes en in sloten rond de weg hadden verstopt en de tank vloog in brand. De tank die daar achter reed kon nu niet verder en moest vluchten. Hij reed van de weg af, dwars door tuinen en schuttingen, om zo in veiligheid te komen. Daarbij werden sommige huizen zwaar beschadigd. Na zulke hevige tegenstand besloten de geallieerden om niet verder door te vechten maar het veroverde gebied te beveiligen en te wachten tot de volgende dag. Midden in de nacht liep er per ongeluk een groep Duitsers door het kamp dat de Engelsen voor de nacht hadden opgericht. Ze waren op weg om Enschede te ontvluchten en wisten niet dat het kamp daar was. Beide partijen schrokken en er ontstond een chaotisch gevecht van man tegen man in he pikdonker dat een paar uur duurde. Pas de volgende dag snapte iedereen wat er gebeurd was. De Duitsers verloren die nacht 15 soldaten en er werden er 25 gevangen gemaakt. De Engelsen hadden twee doden te betreuren.

Toen het via de route over het kanaal niet gelukt was begonnen de geallieerden ook via het westen van de stad op te rukken in een omtrekkende beweging. Via de Parkweg trokken ze Enschede binnen om vervolgens via de Tubantiasingel, de Walhofstraat en de Deurninger straat verder op te rukken. Net voorbij de stad, bij het pompstation op de Weerselose weg,  hadden de Duitsers een wegversperring opgericht. Er was daar een wachtpost van het vliegveld. De tank die voorop reed schoot deze versperring van de weg en toen kwamen er twee oudere Duitsers uit de bosjes. Ze hadden zich verstopt en wilden zich over geven. Er is een ooggetuigenverslag bewaard gebleven van de heer Spijker die op een boerderij daar vlak in de buurt verbleef bij zijn schoonfamilie: “M’n schoonvader die helemaal op ging in dit staaltje van overmacht, liep op deze Duitsers toe, sloeg de voorste van deze verbouwereerde twee op de schouders, en riep ze toe: ‘Zo jongs, ie’j hebt hat, veur oe is de Krieg veurbiej. Op hetzelfde moment gaf een van de soldaten op de tank een ijselijke schreeuw en ik zag dat mijn schoonvader van schrik bijna een beroerte kreeg. De Brit was erg kwaad op mijn schoonvader en hij beduidde ons hoe gevaarlijk het was deze de Duitsers in deze situatie zo tegemoed te treden. Ze konden nog wel zwaar bewapend zijn, of voorposten van een hinderlaag. Even later klommen de mannen weer op hun tanks en voort ging het weer.” Dit soort onvoorzichtigheid gebeurde vaker. Ook in het centrum van Enschede kwamen elke keer weer mensen op straat om de bevrijders te verwelkomen en vlaggen uit te hangen voordat het helemaal veilig was. Die werden dan weer naar binnen geschreeuwd door de soldaten op de tanks. Het gebeurde dat er daarna in de zelfde straat alsnog soldaten sneuvelden. Bijvoorbeeld op het Hogeland waarbij na de “bevrijding” om acht uur savonds opeens een paar Duitse tanks een aanval deden waarbij een Engelse tank werd uitgeschakeld.

Voorbij het vliegveld werd er door deze zelfde groep nog flink gevochten. De Engelsen wisten hier veel voertuigen te veroveren  en krijgsgevangenen te maken. Een tweede legergroep die zich via de zelfde weg bij deze eerste Engelse groep zou aansluiten werd tegen gehouden door geschut vanaf het vliegveld. Twee tanks werden uitgeschakeld.

Omdat het ook voor deze groep inmiddels laat geworden was en men nog meer soldaten en geschut op het vliegveld verwachtte werd voor de nacht halt gehouden in de buurt van het pompstation. De volgende dag werd verder getrokken en Oldenzaal bereikt.Maar Enschede was toen dus al voor het grootste deel bevrijd! De vlag kon uit op het gemeentehuis, maar het was nog niet helemaal over. Op verscheidene plaatsen in de stad waren nog steeds Duitsers aanwezig die nog moesten worden overmeesterd en ook hadden ze verscheidene opslagplaatsen in brand gestoken.

De strijd om de rest van Twente duurt nog 9 dagen langer. Op onderstaande kaartjes zie je hoe de strijd verliep. Vooral bij Almelo en Wierden werd er nog hevig weerstand geboden. Je ziet ook dat er vanaf 8 april Poolse troepen betrokken waren bij de bevrijding van Twente

In het archief zijn weer veel krantenberichten te vinden. Ook de gebruikte kaartjes komen hier vandaan. Er zijn ook veel afbeeldingen te vinden van legermaterieel dat werd gebruikt en verder zijn er ooggetuigen verslagen.

De bevrijding van Twente in kaart:

Scan0025.tif

Scan0026.tif

Scan0021.tif

 Scan0022.tif

Scan0027.tif

Scan0028.tif

Scan0023.tif

Scan0024.tif

Scan0029.tif

Scan0030.tif